geselecteerd als gefixeerd bericht

Welkom!
Welkom op deze mooie taizé weblog. Nu zul je je wel af gaan vragen wat IS Taizé? \
Nou dat kun je allemaal lezen op deze log.
Ook hou ik je op de hoogte van de nieuwtjes uit Taizé…. zoals bijbeltexten van elke maand…
Vrede en Alle Go(e)ds,

Anneke

15 November 2006
By on 07:13
BIJBELTEXT JULI

Matteüs 16:24-26

In deze tijd, waarin zelfrealisatie wordt aangemoedigd en zelfs verheerlijkt, lijkt het onderwijs van Jezus over zelfverloochening een behoorlijke uitdaging. Sommige mensen vragen zich af: Betekent jezelf verloochenen niet jezelf verliezen? Als je jezelf verloochent, wat blijft er dan nog over? Is het echt nodig om je kruis op te nemen? Is er geen andere manier om leerling van Jezus te zijn? Maar de woorden van Jezus zijn heel duidelijk. Hij wijst ons op het gevaar dat we, met het oog op direct resultaat, het kostbaarste in ons leven verliezen. Moeten we dat raadselachtige woord ‘zelfverloochening’ niet verstaan als een uitnodiging om Gods wil en zijn plan met ons boven onze eigen wensen en verlangens te stellen? De uitspraken die Jezus hier doet, volgen op de geloofsbelijdenis van Petrus in het gebied van Caesarea Filippi. Jezus waardeert het geloof van Petrus en belooft hem de sleutels van het hemels koninkrijk. En juist vanaf dat moment begint Hij zijn lijden aan te kondigen. Als Petrus zich verzet tegen dit perspectief, snauwt Jezus hem af omdat “hij niet denkt aan wat God wil, maar alleen aan wat de mensen willen” (16:23). Voor Christus is de wil van God, zelfs al begrijp je die niet helemaal, iets om aan te gehoorzamen. Hij heeft tot het einde toe op die manier geleefd en Hij nodigt zijn leerlingen uit om hetzelfde te doen: dát betekent “je leven verliezen omwille van Hem”. Jezus bedrijft hier zeker geen vorm van chantage, maar belooft juist waarachtig leven aan allen die Hem willen volgen door zich in te zetten in de gemeenschap die de Kerk is. Wie anderen dient en zichzelf vergeet omwille van Christus en het evangelie, zal het honderdvoudige ontvangen (Mc 10:30). Bevrijd van zorgen en van angst voor de toekomst, kun je dan helemaal in het hier en nu leven, in vertrouwen op God. Je weet dat je verleden is verborgen in Christus en dat Hij zich zal bekommeren over jouw toekomst. Je diepste levensvervulling vinden in de dienst aan God en de mensen, die leidt tot innerlijke vreugde en vrede, dát is “je leven behouden”. Hoe kan ik bevrijd worden van zorgen en angsten, zodat ik Jezus kan volgen? Heb ik mezelf wel eens kunnen vergeten in de vreugde van het dienstbaar zijn aan anderen? Wat heb ik van deze ervaring geleerd? Hoe kunnen we de uitdaging van Jezus’ leer daadwerkelijk vorm geven in ons leven, in een wereld waar de logica van concurrentie en succes domineert?

4 July 2006
By on 16:44
BIJBELTEXT JUNI
Hebreeën 1:1-4

Sommige mensen beschouwen de lange Griekse zin waarmee de brief aan de Hebreeën begint, als de best opgebouwde tekst van het Nieuwe Testament. De schrijver stelt het mysterie van Christus, Zoon van God, centraal als het hoogtepunt van Gods zelfopenbaring. Maar als Christus in het centrum van de openbaring staat, diskwalificeert dat geenszins alle andere manieren waarop God zich in de loop van de tijd heeft geopenbaard. De schrijver denkt aan de geschiedenis van het volk Israël, die in de Schriften wordt beschreven. Maar je kunt het perspectief ook verbreden en zeggen: als God zich op zulke verschillende manieren aan elk volk en aan elk individu openbaart, dan is de toetssteen voor ons de figuur van Jezus Christus. Elke openbaring krijgt zijn uiteindelijke betekenis in het licht van de verbondenheid met het mysterie van de Zoon.

Als die Zoon, zoals in dit boek wordt beschreven, de mens Jezus van Nazaret is, die in Palestina heeft geleefd, is gestorven aan een kruis en weer is opgestaan, dan is Hij niet zomaar een mens als alle anderen. Hij bevindt zich aan het einde (‘erfgenaam’) en aan het begin van de schepping en Hij ondersteunt, Hij schraagt die permanent. In deze laatste uitspraken is de invloed van de wijsheidsstroming in het jodendom zichtbaar: God schept door middel van zijn Wijsheid, die ook zijn Logos is, zijn Woord.

Heel het Nieuwe Testament bevestigt dat Christus ons God in al zijn volheid heeft geopenbaard. Dat wordt hier uitgedrukt met twee beelden: de Zoon is de schittering en het evenbeeld van de Vader. En, zoals ook in de andere boeken van het Nieuwe Testament, vindt deze openbaring bovenal plaats in zijn lijden en opstanding. Het lijden wordt omschreven als een ‘reiniging van de zonden’. Zo wordt het thema geïntroduceerd van Christus als onze hogepriester, dat zo’n belangrijke rol zal gaan spelen in deze brief. Door zijn verheerlijking (hier geschetst met behulp van beelden uit de psalmen), wordt Christus ten volle wat Hij al vóór alle eeuwigheid was: verheven boven allen (v. 4). Zo brengt deze tekst de twee dimensies van zijn (permanent) en worden (dynamisch) met elkaar in evenwicht. Dit is van groot belang om goed te kunnen begrijpen wie Jezus is en wat zijn heilswerk inhoudt.

-Spreekt God nog steeds tot ieder mens in deze wereld, ook tot mij? Op welke manier?

-Welke aspecten van het leven van Jezus helpen mij om te begrijpen wie God is?

-Wie is Christus voor mij?

9 June 2006
By on 10:19
BIJBELTEXT MEI

Jeremia 1:4-10

Wie is de profeet Jeremia? Een man die op een dag, op zeer jonge leeftijd, diep in zijn wezen voelde dat God hem riep. Die roeping zet zijn leven op z’n kop. Jeremia vindt er de zin van zijn bestaan in. Hij zal steeds weer aan die roeping moeten refereren om door te kunnen gaan en stand te kunnen houden in de beproevingen waarmee hij in zijn leven wordt geconfronteerd.

God riep ook andere profeten door middel van een visioen, zoals Jesaja (Jes. 6:1-3) of Ezechiël (Ez. 1). Maar bij Jeremia gaat het heel anders. God richt zich tot hem met ‘een woord’ (v. 4): een innerlijk woord, dat Hij in Jeremia’s hart plaatst, in zijn binnenste, zonder dat hij zich er zelfs maar van bewust is (v. 5). Dit woord is het spoor van Gods geheim in het leven van Jeremia.

Hierin staat Jeremia heel dicht bij ons. Meestal ervaren wij niet door een spectaculaire gebeurtenis wat God van ons verwacht, maar door iets dat lijkt op een ‘innerlijke stem’, die steeds verder doordringt in ons diepste wezen. Lukt het ons om de tijd te nemen om daarnaar te luisteren? Durven wij ons door die stem te laten bevragen?

Als je geconfronteerd wordt met zo’n roeping, komen er vaak weerstanden boven. Jeremia ziet direct zijn eigen beperkingen (v. 6). Zijn weerstand is op zich niet negatief. Jeremia biedt weerstand, omdat hij tot in zijn diepste wezen geraakt is. Hij staat niet onverschillig tegenover zijn roeping. Hij wordt uitgedaagd om, terwijl hij zich volledig bewust is van zijn zwakheden, zich er niet door te laten verlammen, maar ze te overstijgen.

God baant vaak een weg door onze aarzelingen heen, Hij roept ons zoals we zijn. Tegen Jeremia zegt Hij: “Kijk niet naar je beperkingen; door jou te roepen, ben Ik degene die het initiatief neemt.” Als teken van zijn liefde, geeft God Jeremia een woord (v. 9). Jeremia wordt opgeroepen om zich te laten raken door dat woord en om zijn leven tot een levend antwoord te maken.

-Door welke bijbelteksten voel ik mij innerlijk aangesproken?

- Hoe komt Gods roeping tot mij (bijvoorbeeld door familie, vrienden, belangrijke gebeurtenissen in mijn leven, een bepaalde tekst)?

- Wat voor weerstanden komen er bij mij boven als ik met zo’n roeping wordt geconfronteerd?

- Op moeilijke momenten in zijn leven, denkt Jeremia terug aan zijn eerste roeping. Zijn er opvallende momenten waarop ik iets heb ervaren van het mysterie van Gods liefde in mijn leven?

- Heb ik ooit de ervaring gehad dat mijn beperktheid een vertrekpunt werd, van waaruit ik mezelf kon overstijgen?


By on 10:19
BIJBELTEXT APRIL

Johannes 12:20-28
In dit verhaal beschrijft Johannes een verleidelijke situatie voor Jezus: in Jeruzalem is Hij ernstig bedreigd (zie Johannes 11:53). Nu komen er plotseling mensen vanuit een heel andere wereld dan die van Israël. En deze Grieken zijn in Hem geïnteresseerd. Wie weet? Misschien vindt Hij bij hen een welwillender en breder klankbord voor zijn boodschap? Misschien kan zo een universele beweging op gang komen? Hij hoeft zich alleen maar af te wenden van wat tot mislukking gedoemd lijkt en nee te zeggen tegen de weg die het risico in zich draagt om op de dood uit te lopen.

Jezus doet alsof Hij het niet begrijpt. Hij maakt geen enkel contact met deze Grieken. Want om aan de mensen te laten zien wie God is, moet Hij verder gaan dan het voeren van gesprekken en het geven van onderricht. Wat de liefde van God inhoudt, die iedereen naar zich toe kan halen (zie vers 32), wordt enkel zichtbaar in zijn zelfgave. In de dood zal Hij zich voegen bij de meest ellendigen, de verst verwijderden onder de mensen. Een graankorrel kan geen vruchten dragen, tenzij hij in de aarde valt en sterft.

Deze weg van beneden naar boven, openbaart wie God is en “laat zien hoe groot zijn naam is” (v. 28). Maar tegelijkertijd wordt ook Jezus tot majesteit verheven (v. 23). Zijn opstanding en de erkenning die Hij van de mensen krijgt, zijn dus geen revanche die Hij voor hen heeft voorbereid. Zijn ware aard komt tot uiting in zijn eigen lot: Hij is een mens die de grondslag voor zijn bestaan niet legt in zichzelf, in zijn rechten of in zijn reputatie, maar in God.

Wat Johannes hier vertelt, herinnert aan de strijd in Getsemane. Ook daar is Jezus doodsbang (v. 27). Ook daar overschrijdt Hij in zijn gebed een drempel: in het begin wordt het nog gedomineerd door de situatie die onoverkomelijk lijkt (“red Mij”), later wordt het zo vervuld van God, dat Hij zelfs voor Hem bidt (“laat zien hoe groot uw naam is”).

De weg die Jezus hier gaat, wordt ook ons aangekondigd. Als wij tot elke prijs vasthouden aan ons eigen leven, zullen wij het verliezen. Als wij meer vasthouden aan Jezus dan aan onszelf, opent zich voor ons een weg naar eeuwig leven. Hem dienen betekent niet slechts dat wij iets van Hem kunnen leren. Wij dienen Hem pas volledig als we ook volledig delen in zijn lot (v. 26).

Hoe reageren wij erop dat Jezus voor ons tot het uiterste is gegaan? Met belangstelling, bewondering? Of gaan wij ook verder dan dat?

In hoeverre is de gelijkenis van de graankorrel (v. 24) van toepassing op mijn eigen leven? Ben ik bereid om aan God te vragen: “Schenk mij de gave om mijzelf te geven?”

10 April 2006
By on 12:32
BIJBELTEXT MAART

Tijdens hun lange tocht door de woestijn, passeren Mozes en het volk Israël diverse stadia en beleven vele crises. Hoofdstuk 11 van het boek Numeri vertelt over één van de belangrijkste daarvan. Geconfronteerd met het ongeduld en het voortdurende geklaag van het volk, beseft Mozes dat de verantwoordelijkheid die op hem rust, te zwaar is geworden. Dus stelt hij een groep van 70 gerespecteerde mannen samen om hem te helpen. Hij vraagt God om hen in hun taak te ondersteunen met Zijn Geest. Maar twee van de mannen die hij heeft aangewezen, komen zonder dat Mozes het weet niet opdagen. Toch daalt de Geest van God over allen neer, ook over de twee mannen die achter zijn gebleven.

Bezorgd over deze splitsing en de nieuwe moeilijkheden die zij zou kunnen veroorzaken, rent Jozua, de trouwe medewerker van Mozes, naar hem toe en stelt hem op de hoogte van zijn bezorgdheid. Maar Mozes deelt niet in de terughoudendheid van Jozua. “Denk je soms dat jij voor mijn belangen moet opkomen?”, vraagt hij hem. Mozes maakt zich geen zorgen over zichzelf. Hij blijft vertrouwen op Gods aanwezigheid en hij nodigt Jozua uit om dat ook te doen. Mozes zegt ook nog: “Legde de Heer zijn geest maar op heel het volk! Profeteerde iedereen maar!”

De mensen van het Oude Testament ervoeren de aanwezigheid van Gods Geest als iets tijdelijks, vaak ook verbonden met een bepaalde taak: de Geest komt van God en keert naar Hem terug. In navolging van Christus, benadrukken de eerste christenen dat de Geest nu aan alle gelovigen is geschonken en dat haar aanwezigheid altijd blijft voortduren (Johannes 14:15-17). In het licht van het verhaal uit het boek Numeri, zou je kunnen zeggen dat wij, gedreven door de heilige Geest, geroepen zijn om elkaar wederzijds te bemoedigen om tot wasdom te komen (zie Efeziërs 4:7-13); om samen op weg te blijven, zelfs temidden van crises, naar de toekomst die God voor ons openlegt.

Als er spanningen ontstaan in situaties waarin wij verantwoordelijkheid dragen, wie helpt ons dan om ons vertrouwen te behouden en ons geen zorgen te maken over onszelf? Waartoe roept het voorbeeld van Mozes ons op?

Samen op weg blijven, zelfs temidden van een crisis: wat betekent dat in deze tijd voor mij, voor ons?

4 March 2006
By on 15:42
BIJBELTEXT FEBRUARI

Mattëus 15,21-28
Vertrouwen is een sleutelwoord in het evangelie. Dat vertrouwen komt tot uitdrukking wanneer wij ‘ja’ zeggen tegen Christus, ‘ja’ tegen de wil van God. Zo’n vertrouwen houdt in dat je, in alle eenvoud, zelfs dingen of gebeurtenissen aanvaardt die je niet begrijpt. Maar zijn er ook momenten waarop ons vertrouwen tot uitdrukking komt doordat wij ‘nee’ zeggen?

Op een dag komt er een Kanaänitische vrouw bij Jezus om genezing te vragen voor haar dochter. Jezus luistert niet naar haar verzoek. Eerst geeft Hij haar geen antwoord, later geeft Hij een antwoord dat een belediging lijkt voor een niet-joodse vrouw: “Het is niet goed om de kinderen hun brood af te nemen en het aan de honden te voeren.” Gedurende zijn aardse leven is de zending van Jezus inderdaad grotendeels beperkt tot het Joodse volk. De apostelen zullen vervolgens het goede nieuws verspreiden onder alle landen en volken.

De Kanaänitische vrouw bekommert zich daar niet om en blijft Jezus smeken om haar dochter te helpen. Begrijpt ze niet dat ze het beter op kan geven en de weigering van Jezus kan accepteren? Maar nee, ze zet de ‘strijd’ voort met een opmerking vol humor. De leerlingen die toekijken en het horen, moeten de brutaliteit van deze vrouw wel schandalig vinden. En dan komt de verrassing. Opeens prijst Jezus de vrijpostigheid van de vrouw: “U hebt een groot geloof! Wat u verlangt, zal ook gebeuren.” Jezus geeft zich gewonnen vanwege haar volharding en laat zijn waardering voor haar blijken.

Vanwaar die volharding? De vrouw had over Jezus horen spreken, over zijn goedheid en mededogen. Zij had vertrouwen in zijn mogelijkheden. Als ze de harde woorden van Jezus hoort, zegt ze bij zichzelf: “Die woorden geven niet goed weer wie Hij is.” Ze houdt vast aan de waarheid over Jezus, zoals zij die heeft begrepen. Haar geloof helpt haar om verder te kijken dan de onbegrijpelijke buitenkant, ze heeft vertrouwen in de ware identiteit van Jezus.

Komt mijn eigen vertrouwen in God soms ook tot uitdrukking doordat ik ‘nee’ zeg?

In welke woorden of daden van Jezus komt zijn ware identiteit het best voor mij tot uiting?

Maak ik soms dingen mee die de ware identiteit van God, zoals ik die ken, lijken tegen te spreken? Hoe reageer ik daarop?

7 February 2006
By on 15:54
BIJBELTEXT JANUARI

Romeinen 4,1-12
In zijn brief aan de Romeinen geeft Paulus antwoord op de vraag: “Hoe worden wij gerechtvaardigd?” Dat wil zeggen: wat maakt ons tot mensen die in de juiste verhouding staan tot God en dus ook tot anderen? Hij benadrukt dat wij niet dankzij onze daden tot een goede verhouding met God kunnen komen. Die verhouding kun je niet verwerven zoals een welverdiende beloning. Zij is een geschenk, dat God voor niets aanbiedt aan ieder mens, onafhankelijk van zijn of haar daden.

Om zijn redenering te ondersteunen, gebruikt Paulus het voorbeeld van Abraham, die de joden beschouwen als hun aartsvader en als voorbeeld van een rechtvaardig mens. Wordt Abraham gerechtvaardigd omdat hij volgens de wet van God heeft gehandeld, in het bijzonder door zich te laten besnijden? Integendeel, schrijft Paulus. Daarbij baseert hij zich op een tekst uit de Torah (Gen. 15,6). Abraham wordt gerechtvaardigd doordat hij Gods Woord met vertrouwen beantwoordt. De besnijdenis kwam pas daarna, als het ‘teken’ of het ‘zegel’ van deze nieuwe verhouding tot God. Het vertrouwen in God, het geloof, is dus geen menselijke daad waarmee je het heil kan verdienen, maar houdt in dat je je hart opent voor de onverwachte gaven van God, dat je je beschikbaar stelt voor zijn omvormende genade. Zo is Abraham een voorbeeld voor allen: voor de joden, die zich laten besnijden ten teken dat ze de gave van God willen ontvangen; en voor niet-joden, die deze gave nu ook hebben gekregen, zonder haar te hebben verdiend.

Zich baserend op een andere tekst, uit de ‘Profeten’ (Psalm 32,1-2), gebruikt Paulus de vergeving als voorbeeld van een geschenk dat God ons aanbiedt zonder dat wij er iets voor hoeven doen. Het kan verbazing wekken dat hij met betrekking tot Abraham, die in de bijbel niet wordt afgeschilderd als een zondaar, over vergeving spreekt. Maar de vergeving is niet afhankelijk van de zonde van de mens. Vergeving bestaat bovenal omdat God er vantevoren voor kiest om verder te kijken dan onze fouten en om ons te beschouwen als mensen die al vanaf de schepping bestemd zijn om in verbondenheid met Hem te leven. Vanuit dit gezichtspunt kun je ook Térèse van Lisieux begrijpen als ze zegt dat ze geen enkele verdienste heeft, maar dat God “haar vantevoren vergaf door haar voor struikelen te behoeden”.

Waardoor word ik in de verleiding gebracht om te denken dat ik de liefde van God kan verdienen? Hoe kan ik ervoor zorgen dat ik nooit vergeet dat God mij als eerste liefheeft?

Op welke manier kan het voorbeeld van Abraham me helpen om mijn eigen geloof te verhelderen?

22 January 2006
By on 12:43
BIJBELTEXT NOVEMBER

Handelingen 10,1-48

Je moet het belang van dit lange hoofdstuk niet onderschatten. Petrus gaat het huis van een heiden binnen en eet zelfs met hem aan tafel. Zo loopt hij het risico om buitengesloten te worden vanwege onreinheid door besmetting!

De eerste christenen bedachten geen strategie waardoor het goede nieuws zich tot aan de uiteinden van de aarde zou verspreiden. Ze lieten zich veeleer leiden door de gebeurtenissen, omdat ze ervan overtuigd waren dat God in de geschiedenis werkt. Door de vervolgingen werden ze verspreid tot in Samaria. Paradoxaal genoeg, bracht dit hen ertoe om het evangelie al vanaf die tijd te verkondigen in een vreemd land.

Maar hoe kun je de eeuwenoude scheiding tussen joden en heidenen doorbreken? Christus heeft de weg geopend: door zijn dood heeft Hij “de twee werelden één gemaakt, en de muur van vijandschap ertussen afgebroken” (Efeziërs 2,14). Heel het leven van Paulus stond na zijn bekering in het teken van een hartstochtelijk zoeken naar deze eenheid. Hij besefte dat hij niet in zijn eentje, maar slechts samen met de andere apostelen vooruit kon komen. Daarom was Petrus’ inzet zo belangrijk. Als God Petrus visioenen schenkt, moet hij ze zelf interpreteren en er conclusies uit trekken! Dat doet hij: “Nu begrijp ik pas goed dat God zich het lot aantrekt van iedereen, uit welk volk dan ook, die ontzag voor Hem heeft en rechtvaardig handelt.” (Handelingen 10,35)

Eenheid is nooit iets dat je hebt bereikt en dan kunt bewaren, maar altijd iets dat vandaag gerealiseerd moet worden, zowel binnen onze gemeenschappen als daarbuiten, met hen die er geen deel van uitmaken. Als we geworteld zijn in het evangelie, kunnen wij het Woord van God aan anderen doorgeven. We kunnen dan ook Gods handelen herkennen waar wij het niet verwachtten. Dat deden Petrus en zijn metgezellen toen ze de werking van de heilige Geest in Cornelius’ huis zagen. Dan breidt de gemeenschap zich steeds verder uit, zoals die boom, waarvan Jezus zei dat zijn wortels groeien en zijn takken zich openen, zodat de vogels van de hemel zich er kunnen nestelen (zie Matteüs 13,32).

Welke scheidingen moeten de christenen tegenwoordig overwinnen?
Op welke manier kan de trouw aan wat het evangelie ons vraagt, onze openheid naar alle mensen toe bevorderen?
Wat kunnen we doen opdat het zoeken naar nieuwe wegen in de Kerk de gemeenschap niet in gevaar brengt?

14 November 2005
By on 14:54
BIJBELTEXT OCTOBER

Marcus 3,31-35
Christus gaat in deze tekst uit van een dagelijks voorval om iets belangrijks uit te leggen over wat het betekent om Hem nabij te zijn. Zijn familieleden zoeken Hem; ze maken zich zorgen over de richting die zijn leven opgaat. Als men Hem hun komst aankondigt, antwoordt Hij met een onverwachte vraag: “Wie zijn mijn moeder en mijn broers?”

In de stilte die volgt, kijkt Hij naar de mensen om zich heen. Hij geeft hun de tijd om de betekenis van zijn woorden te begrijpen.

Onze familie, onze ouders… Wat roepen deze woorden op? Dat zijn de mensen die ons nabij zijn, die dezelfde familietrekken hebben. Zij kunnen altijd bij ons langskomen, zonder een afspraak te maken. Het zijn ook de mensen die recht hebben op onze hulp, niet vanwege een wet of een regeling, maar alleen omdat ze zijn wie zij zijn. Het gaat om een organische relatie.

Wie kan er zo’n relatie met Christus hebben?

Christus wil met zijn antwoord zijn eigen familie niet verwerpen. Hij wil echter zeggen dat er mensen zijn die Hem op een andere, meer authentieke manier nabij zijn dan zijn natuurlijke familieleden: zij die aanwezig zijn en luisteren, zij “die de wil van God doen”.

“De wil van God doen” of “de wil van God in praktijk brengen”, betekent niet dat je een aantal willekeurige regels moet volgen, of dat je je moet onderwerpen aan ingewikkelde bevelen. Het gaat eerder om een dynamiek van vertrouwen. Als wij aarzelend beginnen te begrijpen dat God ons liefheeft, beseffen wij langzaamaan dat zijn wil niets anders is dan zijn liefde. Daaruit vloeit spontaan en vanzelf het verlangen voort om te doen wat Hij graag wil. En wat Hij graag wil, is niets anders dan dat wij op onze beurt liefhebben. Als wij ons openstellen voor deze dynamiek van vertrouwen, zelfs al begrijpen we er nog maar heel weinig van, ziet Christus ons als zijn broers, zusters en moeder.

Waarom zijn zij “die de wil van God doen” voor Christus belangrijker dan zijn eigen familie?
Wat betekent het voor mij om “de wil van God te doen”?
Wat kan het voor mij betekenen om broer, zuster, of zelfs moeder van Christus te zijn?

1 October 2005
By on 20:51